Rvs-Cde  Raad van State
 

Tussenkomst

Niet zelden hebben ook andere personen dan de verzoekende en de verwerende partij belang bij de wijze waarop het geschil wordt opgelost. Wanneer deze personen kunnen worden geïdentificeerd, wordt hen door de griffie kennis gegeven van het beroep. Zij beschikken dan over een termijn van dertig dagen om een verzoekschrift tot tussenkomst in te dienen. Wanneer het beroep echter gericht is tegen een reglementaire akte, die een algemene categorie van personen aanbelangt, wordt daarover een bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De termijn voor het indienen van een verzoekschrift tot tussenkomst bedraagt in dat geval dertig dagen vanaf die bekendmaking. Enkel wanneer er geen kennisgeving of bekendmaking is gebeurd kan een latere tussenkomst worden toegelaten, voor zover deze de procedure niet vertraagt.

Het verzoekschrift moet het opschrift "verzoekschrift tot tussenkomst" dragen. Het moet worden ondertekend door de verzoeker tot tussenkomst of door zijn advocaat. Het moet zeker de volgende gegevens en uiteenzetting bevatten:

  • de naam en het adres van elke verzoeker tot tussenkomst;
  • een uitdrukkelijk gekozen woonplaats, dit is een adres in België dat zal worden gebruikt voor alle briefwisseling over het beroep;
  • de zaak waarin men wenst tussen te komen, met vermelding van het rolnummer indien dit gekend is;
  • een uiteenzetting van het belang dat de verzoeker tot tussenkomst heeft bij de oplossing van het geschil.

Als de verzoeker tot tussenkomst een rechtspersoon is, moet er een kopie worden bijgevoegd van de gepubliceerde statuten en van de gecoördineerde geldende statuten. Als het verzoekschrift van een rechtspersoon niet door een advocaat wordt ingediend, moet ook de beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon om het verzoek tot tussenkomst in te dienen worden voorgelegd, evenals een kopie van de aanstelling van dat orgaan.

Het verzoekschrift wordt ofwel per post aangetekend verzonden naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, ofwel wordt het ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek "e-procedure" op deze website).

Per verzoekende partij tot tussenkomst moet er een recht van 150 euro worden betaald. Na de ontvangst van het verzoekschrift bezorgt de griffie daartoe een overschrijvingsformulier.

Als de tussenkomst wordt toegelaten wordt aan de partij een termijn verleend om haar opmerkingen te laten gelden.

Lees ook de procedureregeling.

 
© Raad van State, 2017 contact - FAQ - disclaimer - sitemap Powered by Doran Colibri.cms