Rvs-Cde  Raad van State
 

Geschiedenis van de instelling


Raden van State met min of meer gelijke bevoegdheden bestaan tegenwoordig in Frankrijk, Nederland, Italië, het Groothertogdom Luxemburg en elders.

Hoewel de Belgische Raad van State, die in werking trad in 1948, volgens een originele opvatting werd opgericht en geen rechtstreekse banden heeft met het verleden, is hij niet de eerste in de geschiedenis van ons land.

De Raad van State van Karel V

Men zal zich herinneren dat de belangrijkste van de drie Collaterale Raden die Keizer Karel in 1531 in onze provincies in het leven riep, de "Raad van State" was.

Die Raad was samengesteld uit twaalf leden, die uit de prominente figuren van clerus en adel gekozen en voor het leven benoemd werden. De eerste Raad van State werd voorgezeten door Maria van Hongarije, zuster van de Keizer en Landvoogdes van de Nederlanden.

Deze Raad van State was een regeringsorgaan dat tot taak had, te beraadslagen over alle gewichtige zaken van politieke, administratieve of militaire aard.

Hoewel hij slechts een adviserend lichaam was, vervulde hij lange tijd een vooraanstaande rol in het politieke leven en vormde zijn bestaan in bepaalde periodes een echte bescherming tegen dwingelandij.

De instelling is blijven bestaan tot het einde van het "Ancien Régime" maar haar bevoegdheid was al uitgehold onder de Habsburgers-Lotharingen. Tegen het midden van de 18e eeuw was het ambt van Staatsraad nog slechts een ereambt.

De Grondwet van 1831

Het beginsel van een Raad van State werd uit de Belgische Grondwet van 1831 geweerd omdat de naam de gedachte opriep aan een "regeringsorgaan". Dat was het geval tijdens het "Ancien régime" sedert Keizer Karel, alsook gedurende de Franse periode (de Raad van State in 1799 tijdens het Consulaat opgericht door Napoleon Bonaparte) en tijdens de Hollandse periode (1815-1830: de Raad van State van het Koninkrijk der Nederlanden van Willem I). Door het verdwijnen van de oude Raad van State was de Mijnwet van 21 april 1810 ontoepasbaar geworden en heeft men een bijzonder orgaan moeten oprichten, Mijnraad genaamd, dat afgeschaft is bij de oprichting van de huidige Raad van State, waarvan de bevoegdheden ook die van de Mijnraad omvatten.

De oprichting van een Raad van State in België

Charles Rogier had zich een vurig voorstander getoond van een Wetgevende Raad. In 1883 nam de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken, Ridder de Theux, het project over, maar hij zag het ruimer en vroeg niet de oprichting van een Wetgevende Raad maar van een Raad van State, die niet alleen betrokken zou zijn bij de voorbereiding van wetteksten, maar ook bevoegd zou zijn voor geschillen van bestuur.

Het voorstel van de Minister werd verworpen, maar in 1911 werd door Minister Carton de Wiart een Wetgevende Raad opgericht, de voorloper van de afdeling Wetgeving. Na de oorlog van 1914-1918 is de oprichting van een hoog administratief rechtscollege opnieuw ter sprake gebracht door zowel juristen als parlementsleden, naar aanleiding van het arrest-"Flandria" van het Hof van Cassatie in 1920, waarin voor het eerst het begrip verantwoordelijkheid van de overheid erkend is.

Die initiatieven hebben in 1934 aanleiding gegeven tot een wetsvoorstel Carton de Wiart en in 1937 tot een wetsontwerp van de Minister van Binnenlandse Zaken De Schryver, ten gevolge van de regeringsverklaring van de regering Van Zeeland uit 1936.

Het onderzoek van het ontwerp in het parlement is onderbroken door de tweede wereldoorlog, maar is in 1945 voortgezet op initiatief van Minister van Binnenlandse Zaken Van Glabbeke en is uitgemond in de wet van 23 december 1946, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 9 januari 1947.

Overzicht van wetgevende initiatieven

Lees ook:


 
© Raad van State, 2017 contact - FAQ - disclaimer - sitemap Powered by Doran Colibri.cms